Vers van de pers; het Sociaal Cultureel Planbureau adviseert in haar rapport “Samen of gescheiden naar school” van 4 februari 2021 nadrukkelijk om leerlingen van verschillende niveaus (dus vmbo, havo en vwo) bij elkaar in één gebouw te zetten. Wat vrijescholen al sinds jaar en dag doen… Oók Vrijeschool Parkstad!!  Meer weten: kijk en luister naar de NOS .

De VSP biedt onderwijs aan op mavo (vmbo-tl), havo en vwo. Leerlingen kunnen dus op deze niveaus hun diploma behalen. Niet in afzonderlijke klassen: iedere klas bestaat uit een mix van mavo-havo-vwo leerlingen (dit noemt men heterogene klassen). Waarbij iedere leerling wel op zijn/haar niveau les krijgt. Dit geschiedt op vrijescholen al honderd jaar, maar het is ook de lesvorm van de toekomst: de VO-raad (de koepel van alle middelbare scholen) adviseert al jaren om zo te werken. Dat doen ze omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit een positief effect heeft op de leerresultaten van alle leerlingen, óók van vwo leerlingen! En daarnaast leren leerlingen om te gaan en samen te werken met leerlingen van andere niveau’s. Iets waar ze in hun latere (werkzame) leven altijd mee te maken zullen krijgen. Het onderwijs is – de naam zegt het al – vrijeschoolonderwijs. Op deze site vindt u hier meer informatie over, onder andere waarom het onderwijs met “hoofd, hart en handen” wordt genoemd.

De eerste drie jaren blijft een klas volledig bij elkaar (in vrijeschooltermen: klas 7, 8 en 9; dit omdat vrijescholen vroeger liepen van 1e klas (nu groep 3) tot en met de 12e klas). Vanaf klas 10 is er een gedeeltelijke splitsing: periode onderwijs (dus de 1e twee lesuren van de dag) en de kunstlessen worden nog wel altijd gezamenlijk gevolgd, maar voor de rest worden de klassen gesplitst in een mavo groep (die doen immers in het 10e jaar eindexamen) en een havo-vwo groep.

Pas in de tweede helft van het 3e jaar (klas 9) wordt het niveau bepaald waarop de leerling eindexamen kan gaan doen. Dus eigenlijk een verlengde brugklas van 3 jaar. Wat niet alleen gunstig is voor de “laatbloeiers”, het haalt voor alle leerlingen in die eerste jaren druk van de ketel.

Overigens krijgen de leerlingen geen gewoon rapport met alleen maar cijfers. De VSP werkt met zogenaamde “portfolio’s” en wel 2 x per jaar: de winterportfolio en de zomerportfolio. Dat is een geschreven tekst van iedere (vak)docent over de voortgang van de leerling. Het geeft dan in ieder geval aan waar de leerling goed in is, maar – als het nodig is – zal de docent ook aangeven waar de leerling in het vervolg extra aandacht aan moet besteden. De uitreiking van de portfolio geschiedt door de mentor. Wat ook bijzonder is, is dat je op de VSP niet blijft zitten: dat is een heel bewuste keuze. De school stelt dat zitten blijven uit pedagogisch oogpunt niet goed is en niet stimulerend voor de leerling (die immers de stof van het voorgaande jaar weer helemaal opnieuw moet gaan doen). Slechts bij hoge uitzondering zal de school hiervoor kiezen en dan met name als blijkt dat de leerling qua ontwikkeling (en dus niet zozeer qua kennis of prestaties) beter zal functioneren en zal passen in een klas lager.  Mochten de prestaties tegenvallen, dan zal de school eerder inzetten op een extra inspanning. En bijvoorbeeld adviseren om op de huiswerkbegeleiding te gaan, die ook op school wordt aangeboden (door een externe organisatie: Eureka leerlingbegeleiding).

Overigens geschiedt het onderwijs vanaf klas 10 in het zogenaamde leerpark, op deze site vindt u hier meer informatie over.